Overdracht hypotheek- en verzekeringsactiviteiten GARFIN CONSULT

L.s.

Onderwerp:      Overdracht hypotheek – en verzekeringsactiviteiten Garfin Consult

 

Ermelo, 1 april 2016

 

Geachte relatie,

Het doet ons deugd u te kunnen mededelen dat wij, De Verzekeringsrealist te Laren, vanaf heden het beheer gaan voeren over uw hypotheek en aanverwante verzekeringen.

De Verzekeringsrealist maakt deel uit van een groep bedrijven binnen Camelot Adviesgroep, gespecialiseerd in financiële dienstverlening op maat voor particulieren en het MKB.

Focus op de beleggingsadvisering- en dienstverlening, alsook de gewijzigde ambitie van Dick Garritsen, resulteren in het feit, dat de activiteiten rond hypotheken en levensverzekeringen van GARFIN CONSULT per 1 april 2016 worden overgedragen. Mede aanleiding hiertoe is dat Dick Garritsen is gevraagd zijn kennis en ervaring eveneens in te zetten voor een aantal gerelateerde bestuursfuncties.

Het verheugt GARFIN CONSULT dan ook u te kunnen meedelen dat er een waardige opvolger is gevonden die uw belangen kan behartigen op de wijze waarop u dat gewend bent.

Tenslotte, hartelijk dank voor het gestelde vertrouwen, sinds eind jaren ’90, en de prettige samenwerking.

Uw nieuwe contactpersoon voor al uw vragen omtrent uw hypotheek en verzekeringen , Luc van der Heijden , is bereikbaar op 06-46422381 of via mail op info@d-v-r.nl  en verheugt zich er op om met u in contact te komen.

Met vriendelijke groet,

 

Dick Garritsen                                                                                                 Luc van der Heijden

 

Garfin Consult b.v.                                                                                        De Verzekeringsrealist

 

Share via emailShare on FacebookShare on LinkedInShare on Twitter
Geplaatst in Uncategorized | Reacties staat uit voor Overdracht hypotheek- en verzekeringsactiviteiten GARFIN CONSULT

Wordt middelrente gemeengoed?

Op 7 december 2015 is in de Staatscourant een besluit verschenen over de fiscale behandeling van boeterente en het middelen van rente. De belemmeringen die veel banken ervaren voor het aanbieden rentemiddeling zijn met dit besluit weggenomen. Veel consumenten kiezen bij het afsluiten van hun hypotheek voor een vaste rente. Deze consumenten zien dat de hypotheekrente op dit moment historisch laag is. Als ze willen profiteren van de rente moet de hypotheek worden overgesloten. Bij de huidige lage rente kan de boeterente een bedrag zijn dat de consument niet wil of kan betalen. Alternatief hiervoor is rentemiddeling. Hierbij wordt de rente opnieuw vastgezet. De hogere rente die de klant op dit moment betaalt, wordt uitgesmeerd over de nieuwe rentevastperiode en komt bovenop de nieuwe rente. Voorbeeld: Tessa heeft haar hypothecaire geldlening nog 4 jaar vaststaan voor 4%. Ze wil profiteren van de huidige lage rente. Gelukkig biedt haar geldverstrekker middelrente aan. Ze kiest ervoor de rente opnieuw vast te zetten voor 20 jaar voor 2,75%. De hogere rente die ze nu betaalt, wordt uitgesmeerd over de nieuwe rentevastperiode. De middelrente wordt bepaald door het gewogen gemiddelde te nemen van de rente die de consument op dit moment betaalt en de nieuwe rente. Eerst wordt de huidige rente vermenigvuldigd met de resterende rentevastperiode, dus 4% maal 4 is 16%. Na 4 jaar zou Tessa gaan profiteren van de lage rente, voor op dat moment nog 16 jaar. Dus 2,75% maal 16 is 44%. Samen is dit 60%, dus per jaar, verdeeld over 20 jaar, 3%. Door de opslag van 0,25% wordt de hogere huidige rente uitgesmeerd over de nieuwe rentevastperiode. Tessa hoeft geen boeterente te betalen, haar hypotheek wordt niet hoger en toch profiteert ze van de lage rente. De bank komt niets tekort omdat als Tessa na rentemiddeling besluit de hypotheek over te sluiten de boeterente wordt berekend over 20 jaar in plaats van over 4 jaar. Deze methode wordt ook wel de zuivere rentemiddeling genoemd.

Fiscale problemen Toch zagen veel banken in dit systeem een potentieel gevaar. Fiscaal is de hogere rente geen rente van een eigenwoningschuld. De hogere rente is in feite de boeterente die uitgesmeerd wordt over de nieuwe rentevastperiode. De boeterente is in een eerder besluit niet aangemerkt als rente van een eigenwoningschuld, maar aangemerkt als kosten van een eigenwoningschuld[1]. Deze kosten mogen opgeteld worden bij de nominale rente. Naast de kosten voor het uitsmeren van de boeterente zit standaard in de rente ook een kostencomponent voor bijvoorbeeld vroegtijdig boetevrij aflossen. Het totaal van deze kosten mag niet meer zijn dan 0,2%. Zijn de kosten hoger, dan is de hogere rente niet aftrekbaar.[2] Naast dit probleem ziet de Staatssecretaris nog een probleem voor schulden die zijn ontstaan na 1 januari 2013. Als een deel van het rentepercentage niet aftrekbaar is, dan heeft dit ook consequenties voor het annuïtair aflossen. De aflossingsstand wordt berekend aan de hand van de rente zonder de opslag voor het middelen. De daadwerkelijke annuïtaire betalingen worden door de bank bepaald aan de hand van de totale rente, inclusief opslag voor het middelen. Hierdoor kan het annuïtair schema van de bank gaan achterlopen bij de aflossingsstand. Dit leidt er uiteindelijk toe dat de schuld naar box 3 verhuist.

Gevolg nieuw besluit De Staatssecretaris heeft de eerder genoemde problemen weggenomen door boeterente voortaan anders te kwalificeren[3]. Boeterente wordt voortaan gezien als rente voor een eigenwoningschuld. Hierdoor is de opslag voor het rentemiddelen ook rente voor een eigenwoningschuld. De opslag hoeft hierdoor niet meer binnen 0,2% te blijven. Ook lopen hierdoor de daadwerkelijke aflossingen  weer synchroon met de aflossingsstand. De Staatssecretaris heeft hieraan wel een aantal voorwaarden verbonden. Op de eerste plaats moet het gaan om een reële boeterente die wordt uitgesmeerd. Daarnaast moeten de overige kosten van de geldlening binnen de eerder genoemde 0,2% blijven. Van een klant die de boeterente direct betaalt, ontvangt de bank het geld eerder dan van een klant die de boeterente feitelijk betaalt door het middelen van de rente. Met het feit dat de boeterente door rentemiddeling later wordt ontvangen, mag de bank rekening houden bij het berekenen van de middelrente. Als een klant al eerder gebruik heeft gemaakt van rentemiddeling en hierdoor een deel van de middelrente niet heeft kunnen aftrekken, kan hij dat alsnog doen. Deze belastingplichtige kan dan in 2015 nog een verzoek doen de aanslag ambtshalve te verminderen voor de jaren 2010 tot en met 2014.

Middelrente bij aanbieders Op dit moment is rentemiddeling mogelijk bij ING, Woonfonds, Centraal Beheer, Obvion, RegioBank en SNS Bank. In reactie op dit besluit heeft ABN AMRO aangekondigd vanaf 2016 ook middelrente aan te bieden. Op dit moment is nog niet bekend hoe ABN AMRO deze middelrente gaat berekenen. In de Radar uitzending van 7 december heeft ABN AMRO aangekondigd een variant van de uitsmeermethode aan te bieden. ABN AMRO heeft niet verder toegelicht hoe ze de boeterente exact gaat berekenen. Rabobank gaat rentemiddeling aanbieden vanaf 1 juli 2016. Hierbij wordt de methode gehanteerd uit het voorbeeld van Tessa met een extra opslag van 0,2% voor het omzetten van de financiering. Verder lezen

Share via emailShare on FacebookShare on LinkedInShare on Twitter
Geplaatst in Fiscaal | Tags | Reacties staat uit voor Wordt middelrente gemeengoed?

Welke beleggingsstrategie past bij jou?

Als je gaat beleggen leg je je geld vast met de bedoeling dat je investering in de toekomst meer waard wordt. Je weet het niet zeker want beleggen brengt nou eenmaal risico’s met zich mee en als er iets is dat de kredietcrisis ons heeft geleerd dan is het wel deze les! Je kunt het risico van beleggen verkleinen door te spreiden over verschillende beleggingscategorieën, zoals bijvoorbeeld aandelen en obligaties. De twee extreme strategieën zijn dan enerzijds 100% obligaties (minimaal risico) en anderzijds 100% aandelen (maximale opbrengst). Door deze beleggingscategorieën met elkaar te combineren is het mogelijk een portefeuille te construeren die precies bij je past in termen van het risico dat je aankunt (of aandurft) en het rendement dat je nodig hebt om je doel te bereiken. 

Zorgplicht
De eerste stap die genomen dient te worden is het opstellen van jouw risicoprofiel. Dat is verplicht om te doen, want het is onderdeel van de zorgplicht die de toezichthouder  oplegt. Vervolgens kan een passende portefeuille worden geselecteerd: stel bijvoorbeeld een 60/40 aandelen/obligatie mix.
Maar de waarde van de beleggingen fluctueert door de tijd! Koersen gaan omhoog en weer naar beneden. De beleggingsmix zal dus ook veranderen door de tijd heen. Immers, als de aandelen het goed doen en harder stijgen dan de obligaties zal de totale waarde van de aandelen relatief groter worden in de portefeuille. De initiële 60/40 mix is dan opeens 70/30 geworden. En omgekeerd geldt natuurlijk hetzelfde, wanneer aandelen onderuit gaan krimpt het relatieve belang ervan in je portefeuille en de mix kan dan zo maar uitkomen op bijvoorbeeld 50/50.
De essentie is dat de portefeuille die je zo zorgvuldig hebt gekozen en waar je zoveel formulieren die je risicoprofiel moeten bepalen voor hebt ingevuld onherroepelijk uit de pas zal gaan lopen. Dat kan niet anders. De vraag is: moet je je hier iets van aantrekken?

Beleggingsstrategieën
Je hebt twee opties: niets doen, die strategie wordt de ‘buy and hold’ strategie genoemd, of wel iets doen en de mix aanpassen, een strategie die dit doet is bijvoorbeeld de ‘constante mix’ strategie, die er voor zorgt dat de initiële portefeuillemix door de tijd heen gehandhaafd blijft. In de praktijk komt het er dan op neer dat je aandelen koopt als ze in waarde dalen en aandelen verkoopt als ze in waarde stijgen.

Welke strategie is beter?
Stel, mijn grootmoeder is in 1926 begonnen met beleggen het heeft toen haar hele vermogen van vier euro (in die tijd voor haar een heel bedrag) als volgt verdeeld: ze heeft één euro gespaard, één euro volledig in aandelen gestoken, één euro belegd volgens de buy and hold strategie en één euro volgens de constante mix strategie, waarbij ze de mix elke maand aanpaste. De waarde van deze portefeuilles waren in 2012 aangegroeid tot respectievelijk € 20 spaargeld, € 2.816 aandelenportefeuille, € 1.418 buy and hold strategie en € 351 constante mix strategie.
Dit voorbeeld laat zien dat wanneer een markt een duidelijke trend laat zien (stijgende aandelenkoersen over deze periode) de buy and hold het veel beter doet dan de constante mix strategie.
Echter, in markten die meer gekenmerkt worden door correcties dan door trends is het juist andersom, dan is de constante mix de best te kiezen strategie.

Conclusie
Welke strategie de te prefereren strategie is hangt volledig af van de marktomstandigheid. Als je belegt voor de lange termijn en je gelooft dat aandelen op de lange termijn zullen stijgen kan de buy and hold een hele aantrekkelijke strategie zijn. Hij is in ieder geval simpel en goedkoop. Als je echter op de middellange termijn belegt en je houdt rekening met een beweeglijke markt is de constante mix een goede optie.

Wat je ook kiest, zorg er in elk voor dat je je portefeuille niet al te vaak aanpast. Eens in de drie jaar herbalanceren is wel voldoende. Volgens de wetenschap lijkt er over perioden van vijf jaar gemeten sprake te zijn van mean reversion (ofwel correcties) op de aandelenmarkt. In de praktijk wordt de mix echter veel vaker teruggezet, dikwijls maandelijks of ieder kwartaal. Dat is onnodig vaak en jaagt je onnodig op (transactie)kosten.

Bron: Morningstar – Greetje Remmerde / 5 november 2015

 

 

 

Share via emailShare on FacebookShare on LinkedInShare on Twitter
Geplaatst in Beleggen, Cliëntbelang, Pensioen | Tags | Reacties staat uit voor Welke beleggingsstrategie past bij jou?

7 Redenen om meteen met je pensioen aan de slag te gaan

Schuif jij ook je pensioen voor je uit? Dan ben je in goed gezelschap, want de meerderheid van de Nederlanders doet dat. Toch is het verstandig om je er wel in te verdiepen. Je kunt (nu al) veel geld besparen.

1. Je bouwt te veel pensioen op
Ja, je leest het goed. Het is haast niet voor te stellen met al die negatieve berichten rondom pensioenen en pensioenfondsen, maar er is een groep Nederlanders die teveel pensioen opbouwt. Uit een onderzoek van een instituut voor pensioenvraagstukken (Netspar), blijkt dat een kwart van de Nederlanders te veel pensioen opbouwt. Behoor jij tot die groep? In dat geval kun je die ene spaarpolis wellicht stopzetten en heb je nu meteen al honderd(en) euro’s per maand meer te besteden.

2. Je bouwt te weinig pensioen op
Uit diezelfde bijdrage van Netspar blijkt ook, dat een derde van de huishoudens te weinig pensioen opbouwt. 20 Procent van de huishoudens haalt daarbij hun minimale consumptie niet eens. Deze groep schiet dus te kort op hun “leefpensioen”. Het zijn met name gescheiden mannen en vrouwen en zelfstandigen die hiertoe behoren. Hoor jij ook tot deze groep? Dan is het zaak om zo snel mogelijk en zo veel mogelijk bij te sparen.

3. Je kunt je levensstijl niet handhaven
Netspar onderscheidt nog een groep, vooral de hogere inkomens, die later hun levensstijl niet kunnen handhaven. Met andere woorden, de groep die zijn “leefpensioen” wel op orde heeft, maar te kort schiet op zijn “leukpensioen”. Je kunt je afvragen hoe erg dat nu helemaal is. Maar als je gewend bent om wekelijks naar de kapper en de schoonheidsspecialist te gaan en verse coquilles te eten is het wel even een omslag als je later nog maar 1 keer per kwartaal naar de buurtkapper kunt en je je coquilles alleen nog maar met Kerst kunt nuttigen en dan ook nog eens uit de diepvries! Ben jij bang dat je later je levensstijl noodgedwongen om zult moeten gooien? Neem dan nu alvast je maatregelen.

4. Eerder starten met pensioenopbouw is goedkoper
Hoe eerder je start met het opbouwen van pensioen hoe goedkoper het is. Bijvoorbeeld Carla de Bree, zelfstandig vertaler, heeft op haar pensioendatum EUR 150.000 nodig. Ze gaat ervan uit dat ze 4 procent rendement behaalt op haar inleg. Als ze start met sparen op haar 37ste kost haar pensioen EUR 223 per maand (ruim EUR 80.000 over de totale looptijd). Als ze pas begint als ze 57 jaar oud is, dan kost haar pensioen EUR 1041 per maand (met in totaal bijna EUR 125.000 is haar pensioen door het uit te stellen ongeveer anderhalf keer zo duur geworden!).

5. Zelf doen spaart (soms hoge) advieskosten uit
Als je zelf je tuin onderhoudt dan hoef je de tuinman niet te laten komen en als je zelf de gootsteen kunt ontstoppen dan scheelt dat een loodgieter. Een doortimmerd financieel plan kost al gauw EUR 1.000. Dat is voor veel mensen een hoop geld en vaak een belemmering om er aan te beginnen. Nu is pensioen bij uitstek een gelegenheid voor de lange termijn en gevoelig voor veranderingen en onderhoud. Met één consult bij een adviseur ben je dus nog niet klaar! Je zult een periodieke check up nodig hebben (lees: service-abonnement).

Als je Carla de Bree uit het vorige voorbeeld bent, verdien je die investering ruimschoots terug. Maar je moet het wel even doen! Je kunt een hoop hebben aan een goede adviseur. Als je die niet hebt kun je ook zelf vaak een heel eind komen. Pensioen is niet zo moeilijk, je moet er alleen wel even voor gaan zitten.

6. Zelf doen levert het beste advies op maat
Pensioen is geen exacte wetenschap, maar juist een hele subjectieve. En het zijn ook juist weer die veranderingen in de persoonlijke omstandigheden die om tussentijdse bijsturing van je plan vragen. Alles hangt af van je eigen wensen en voorkeuren. En wie kent die beter dan jij zelf?

7. Geen onnodige verzekeringen
Dit laatste voordeel ligt in het verlengde van vorig argument. Je hoeft je niet te laten verleiden tot de aanschaf van financiële producten voor de reparatie van een aangepraat pensioengat. Je weet immers zelf het beste wat je nodig hebt?

Bron: Morningstar – Greetje Remmerde / 21 april 2015

 

 

 

Share via emailShare on FacebookShare on LinkedInShare on Twitter
Geplaatst in Cliëntbelang, Pensioen | Tags , | Reacties staat uit voor 7 Redenen om meteen met je pensioen aan de slag te gaan